Is er ergens plaats voor woorden
Die snijden als
een verhit lemmet door boter
Is er ergens grond waarin woorden kiemen
Waarin ze zich wentelen
Als teefjes aan onze voeten
Is er ergens ergens een plek
Waar wij elkaar kunnen
Vinden bedoel ik vinden vinden
Is er ergens een bord waar de klanken
van vingergeratel op 't klavier
echoën en niet in vacuüm verdrinken ?
korrels krijgen hun betekenis als ze bijelkaar geveegd worden
zaterdag 29 januari 2011
mergpijpen
Het is de hele ochtend al stil geweest in de slijterij als opeens de winkelbel gaat. Lui komt de uitbater overeind. Een jongen van een jaar of dertig staat in de winkel.
‘Twee flessen whisky en een cognac ‘zegt de jongen met hese stem. Hij ziet eruit alsof hij vanaf kerstavond geen uur slaap heeft gehad, geen scheermes meer kon vinden laat staan een flacon shampoo om z’n haar te wassen. De winkel vult zich in rap tempo met een penetrante lucht die je wel eens ruikt als de moddervette kaartjesverkoopster achter het loket in de bioscoop op een hete zomerdag je het wisselgeld teruggeeft. Okselgeur waar zelfs vliegen voor op de loop gaan.
Met rollende ogen kijkt hij langs de schappen van de goedgevulde winkel, bij elke fles beginnen zijn overigens doffe ogen te twinkelen als sterren in een vrieslucht.
De uitbater, wel het een aan drankorgels gewend die zijn zaak frequenteren, begint het vermoeden te krijgen met een kenner te maken te hebben.
Niets blijkt minder waar want als de uitbater vraagt of hij voorkeuren heeft, volstaat de jongen met : ‘ kan me niks schelen, als het maar nat is.’.
‘ Heeft meneer misschien een drankprobleem?’ probeert de uitbater voorzichtig.
‘Een drankprobleem ?. Dat is het probleem als er geen drank in huis is,’zegt de knaap nijdig.
Hij wijst intussen op een paar flessen waarvan de prijs hem kennelijk ontgaat want het zijn niet de goedkoopste merken.
‘Er zijn twee soorten dorst: de zondige, die sterke drank wil om de erbij horende mist en die derhalve nooit geheel kan worden gelest. En de kuise, die met een koud flesje sodawater uit de brand is. De laatste komt bij mij nooit voor, de eerste daarentegen voortdurend’,mompelt hij langs de rekken wandelend.
De uitbater knikt begripvol, hij kent de zondaars beter dan de pastoor in de biechtstoel.
‘Er blijft altijd in het geweten iets achter van de drogredenen die men erin gegoten heeft; het houdt er de nasmaak van, als van een slechte drank ‘orakelt de jongen. ‘Wegspoelen is dan het enige dat helpt.’
De uitbater reikt hem een fles op eikenbladeren gestookte whisky aan en zegt: ‘Met deze drank in je lijf zie je weldra in iedere vrouw een mooie Helena’ .Hij hoopt de arme zuiplap daarmee een beetje op stoom te helpen.
‘ Ik zoek geen Helena en ook geen Tina, vergetelheid is mijn behoefte’, sprak de jongen minzaam.
‘Het leven is een soep met vier troostende mergpijpen erin: de drank, de liefde, geld en de kunst. De enige pijp die ik toen nu toe smaakte was die van de drank ,voor de rest heeft mijn moeder me niet in de wieg gelegd ,’eindigde hij filosofischer dan de uitbater voor mogelijk had gehouden.
Hij pakte de flessen voor hem in en de jongen sjokte de winkel uit het naakte leven tegemoet, de zure geur met zich meenemend.
De uitbater keek hem na als de pastoor die vergeten lijkt de opgebiechte zonden te vergeven.
Het leven is een lichtflits tussen twee eeuwen vol met duisternis denkt hij en lui zakt hij achterover in de donkere hoek van zijn winkel.
‘Twee flessen whisky en een cognac ‘zegt de jongen met hese stem. Hij ziet eruit alsof hij vanaf kerstavond geen uur slaap heeft gehad, geen scheermes meer kon vinden laat staan een flacon shampoo om z’n haar te wassen. De winkel vult zich in rap tempo met een penetrante lucht die je wel eens ruikt als de moddervette kaartjesverkoopster achter het loket in de bioscoop op een hete zomerdag je het wisselgeld teruggeeft. Okselgeur waar zelfs vliegen voor op de loop gaan.
Met rollende ogen kijkt hij langs de schappen van de goedgevulde winkel, bij elke fles beginnen zijn overigens doffe ogen te twinkelen als sterren in een vrieslucht.
De uitbater, wel het een aan drankorgels gewend die zijn zaak frequenteren, begint het vermoeden te krijgen met een kenner te maken te hebben.
Niets blijkt minder waar want als de uitbater vraagt of hij voorkeuren heeft, volstaat de jongen met : ‘ kan me niks schelen, als het maar nat is.’.
‘ Heeft meneer misschien een drankprobleem?’ probeert de uitbater voorzichtig.
‘Een drankprobleem ?. Dat is het probleem als er geen drank in huis is,’zegt de knaap nijdig.
Hij wijst intussen op een paar flessen waarvan de prijs hem kennelijk ontgaat want het zijn niet de goedkoopste merken.
‘Er zijn twee soorten dorst: de zondige, die sterke drank wil om de erbij horende mist en die derhalve nooit geheel kan worden gelest. En de kuise, die met een koud flesje sodawater uit de brand is. De laatste komt bij mij nooit voor, de eerste daarentegen voortdurend’,mompelt hij langs de rekken wandelend.
De uitbater knikt begripvol, hij kent de zondaars beter dan de pastoor in de biechtstoel.
‘Er blijft altijd in het geweten iets achter van de drogredenen die men erin gegoten heeft; het houdt er de nasmaak van, als van een slechte drank ‘orakelt de jongen. ‘Wegspoelen is dan het enige dat helpt.’
De uitbater reikt hem een fles op eikenbladeren gestookte whisky aan en zegt: ‘Met deze drank in je lijf zie je weldra in iedere vrouw een mooie Helena’ .Hij hoopt de arme zuiplap daarmee een beetje op stoom te helpen.
‘ Ik zoek geen Helena en ook geen Tina, vergetelheid is mijn behoefte’, sprak de jongen minzaam.
‘Het leven is een soep met vier troostende mergpijpen erin: de drank, de liefde, geld en de kunst. De enige pijp die ik toen nu toe smaakte was die van de drank ,voor de rest heeft mijn moeder me niet in de wieg gelegd ,’eindigde hij filosofischer dan de uitbater voor mogelijk had gehouden.
Hij pakte de flessen voor hem in en de jongen sjokte de winkel uit het naakte leven tegemoet, de zure geur met zich meenemend.
De uitbater keek hem na als de pastoor die vergeten lijkt de opgebiechte zonden te vergeven.
Het leven is een lichtflits tussen twee eeuwen vol met duisternis denkt hij en lui zakt hij achterover in de donkere hoek van zijn winkel.
Abonneren op:
Posts (Atom)